Bij deze methode vindt de bevruchting plaats door met een micro-injectie een zaadcel in de eicel in te brengen.
Bij ICSI heeft men slechts één zaadcel per eicel nodig. Bij andere methoden zijn tussen de 50.000 en 100.000 zaadcellen nodig.

PDF (226 Kb)

In de afgelopen jaren is in-vitrofertilisatie met intracyoplamatische micro-injectie, ofwel ICSI (Intra Cytoplasmic Sperm Injection), gangbaar geworden.

Bij deze methode vindt de bevruchting plaats door met een micro-injectie een zaadcel in de eicel in te brengen. De stappen voor en na de eigenlijke bevruchting zijn precies hetzelfde als een klassieke in-vitrofertilisatie zonder ICSI, alleen verandert inseminatiemethode. Voor ICSI hebt u maar één zaadcel per eicel nodig, terwijl voor een gebruikelijke IVF zonder ICSI 50.000 tot 100.000 zaadcellen nodig zijn. Na bevruchting groeit de eicel uit tot een pro-embryo en wordt in de baarmoeder teruggeplaatst om zijn ontwikkeling daar voort te zetten.

De ICSI werd in 1992 ontwikkeld om gevallen van mannelijke steriliteit of sperma-afwijkingen te behandelen: azoöspermie (geen zaadcellen), oligozoöspermie (lage concentratie zaadcellen), astenozoospermia (geringe bewegelijkheid) of teratozoospermie (weinig zaadcellen met een correcte morfologie). Sindsdien vormt het een doorbraak in de behandeling van steriliteit bij mannen. Vandaag de dag is dit een gewone gangbare methode. Hier, in Clinica Eugin, gebruiken we ICSI in 99% van de gevallen, tenzij er een belangrijke reden bestaat om dit niet te doen.

Fases van de ICSI

fases tratamiento donante1. Eierstokken controleren en stimuleren

Om eicellen te kunnen winnen, worden de eierstokken gestimuleerd door een dagelijkse hormonentoediening gedurende 2 of 3 weken. De hormoonspiegels en de ontwikkeling van follikels (eiblaasjes waarin eicel zit) in de eierstokken worden nauwlettend gevolgd en gecontroleerd. Wanneer het aantal en de grootte van de follikels correct is, wordt de dag voor de eicelpunctie vastgesteld.

2. Eicellen oogsten en in-vitro bevruchten

De eicellen worden door middel van punctie en afzuiging uit de eiblaasjes verwijderd (follikelaspiratie). Deze procedure vindt plaats onder verdoving. Na het oogsten worden ze enkele uren in een kweekmedium bewaard, terwijl het sperma wordt geprepareerd om beweeglijke zaadcellen te isoleren. Vervolgens worden de eicellen geprepareerd, waarbij de buitenste laag van omringende cellen wordt verwijderd. Door middel van een intracytoplasmatische injectie wordt een zaadcel in elke eicel ingebracht.

3. Terugplaatsing

De dag na de afzuiging en bevruchting van de eicellen is het aantal van hen dat werd bevrucht bekend. In de volgende twee tot drie dagen, groeien deze bevruchte eicellen uit tot proembryo’s die klaar zijn om in de baarmoeder teruggeplaatst te worden. Op de dag van de transfer worden de proembryo’s met de beste ontwikkelingseigenschappen voor terugplaatsing geselecteerd. In overeenstemming met de wet mogen drie proembryo’s worden terug geplaatst, maar het meest gebruikelijke, gemiddelde aantal is twee. De proembryo’s worden in een dunne katheter geplaatst en in de baarmoeder ingebracht. Verdoving is niet noodzakelijk voor de embryotransfer. Van de getransferde proembryo’s wordt meestal maar een geïmplanteerd. Maar in sommige gevallen kunnen het ook meer dan één zijn, wat dan resulteert in een meervoudige zwangerschap.

4. Cryopreservatie

De niet teruggeplaatste embryo’s worden in vloeibaar stikstof ingevroren (dit type Cryopreservatie wordt vitrificatie genoemd) en vervolgens goed geïdentificeerd opgeslagen. Deze proembryo’s kunnen in latere cycli worden gebruikt als er bij de eerste poging geen zwangerschap wordt bewerkstelligd. Uiteraard is de behandeling om de baarmoeder voor een transfer van ingevroren embryo’s te prepareren veel gemakkelijker, omdat de stimulatie en winning van eicellen niet meer nodig is.

Laatste Actualisering: augustus 2017